In het archeologisch depot van de gemeente Zwolle bevindt zich een grijze steengoed pot met daarop in kobaltblauwe letters het opschrift ANCHOVIS. Het betreft een zogenaamde ansjovispot, vervaardigd in Duitsland in de negentiende eeuw.
Deze grijs getinte potten met kobaltblauwe accenten worden doorgaans ‘Keulse’ potten genoemd, hoewel zij in werkelijkheid zijn vervaardigd in de regio Westerwald. De productie van steengoed kent hier een rijke traditie die teruggaat tot de zeventiende eeuw. In de negentiende eeuw werd voor de Nederlandse markt vooral functioneel gebruiksgoed geproduceerd, zoals kruiken voor mineraalwater, kannen en inmaakpotten. Vooral de vraag naar deze laatste categorie nam sterk toe. Door hernieuwde kennis en technieken werd voedsel steeds vaker ingemaakt in plaats van gedroogd of gezouten, om zodoende de houdbaarheid te verlengen. Voor dit proces waren potten nodig die goed afsluitbaar waren. Naast groenten en vlees werd ook vis ingemaakt, met name haring, paling en ansjovis.
Er is een onderscheid te maken tussen voedselconservering binnen huishoudens en conservering op een meer fabrieksmatige schaal. Diverse fabrikanten en handelaren lieten potten vervaardigen met daarop een vermelding van de inhoud van de pot en/of de betreffende firmanaam. Zo werden steengoed potten geproduceerd voor conserven, mosterd, alcoholische dranken, boter margarine en ansjovis. De anchovispot vormt hiervan een mooi voorbeeld. Helaas is op deze pot geen firmanaam aangebracht. Met name ansjovis werd veelvuldig ingemaakt, maar ook haring en paling kwamen voor. Keulse potten met de opschriften haring of paling zijn zeldzaam.
In de Overijsselsche Courant van 1844 treffen we een advertentie aan van de koopman Machiel Hartog Goldstein. Hij was gevestigd op het Eiland in de binnenstad. In de advertentie biedt hij zijn waren aan, waaronder ‘geporfomeerde ansjovis’, hoogstwaarschijnlijk verpakt in een Keulse pot. Een belangrijke groothandel in Keuls aardewerk in Zwolle was Matthias Zervaas. Samen met zijn broer Herman beheerde hij magazijnen in zowel Zwolle als Groningen, waar een breed assortiment fijn aardewerk werd verhandeld. In 1841 ging het bedrijf van echter failliet, waarna de volledige boedel publiekelijk werd verkocht voor het huis aan de Grote Markt.
Tekst: Erfgoed gemeente Zwolle, Geertje Havers
Dit verhaal staat ook in de Swollenaer, editie 29 april.
Afbeeldingen
Afb.1. Anchovispot (Erfgoed gemeente Zwolle)
Afb.2. Advertentie van M.H. Goldstein (Overijsselsche Courant, 21-06-1844, www.delpher.nl)
Afb.3. Aankondiging publieke verkoop inboedel Matthias Zervaas (Overijsselsche Courant, 11-05-1841, www.delpher.nl)