Wat houdt Zwolle bij elkaar?
In de tentoonstelling De Stad Ontrafeld ontdek je hoe Zwolle is ontstaan en gegroeid. Je ziet hoe het water de stad rijkdom bracht, maar ook voor grote overstromingen zorgde. Je ontdekt waarom bruggen zo belangrijk zijn voor Zwolle: niet alleen om van de ene naar de andere plek te komen, maar ook om mensen en buurten met elkaar te verbinden. En je maakt kennis met de verschillende manieren waarop Zwollenaren wonen, werken, zich inzetten en samenleven.
De tentoonstelling vertelt het verhaal van Zwolle aan de hand van historische voorwerpen, foto’s, kaarten en persoonlijke verhalen. Je ontmoet Zwollenaren van vroeger en nu. Mensen die in actie kwamen tijdens een watersnoodramp, zich inzetten voor een zwembad of buurt, een nieuw woonconcept begonnen of tijd maakten voor een ander.
Een stad van water
Water stroomt overal om en door Zwolle. De IJssel, de Vecht, het Zwarte Water en de Sallandse weteringen hebben de stad gevormd. Dankzij het water groeide Zwolle uit tot een belangrijke handelsstad met havens, scheepswerven en markten. Goederen werden hier van het ene schip op het andere geladen.
Maar water bracht ook gevaar. In 1825 werd Overijssel getroffen door een grote watersnoodramp. Honderden mensen en duizenden dieren kwamen om het leven. Ook later kreeg Zwolle regelmatig te maken met hoogwater. De stad heeft daardoor geleerd om met water te leven. Dijken, sluizen en kanalen beschermen Zwolle. Tegenwoordig wordt bij nieuwe gebouwen en wijken ook rekening gehouden met hevige regen en droogte.
In de tentoonstelling zie je hoe Zwollenaren door de eeuwen heen op het water reageerden. Van emmers en reddingsvesten tot moderne wateropvang onder het Stationsplein. Ook ontdek je hoe water ruimte biedt voor ontspanning. Zwollenaren zwemmen, vissen, varen en schaatsen al generaties lang.
Bruggen bouwen
Zwolle is ook een stad van verbinding. Met meer dan honderd bruggen steken inwoners het water en het spoor over. De bruggen maken reizen mogelijk, maar vertellen ook iets over de ontwikkeling van de stad.
De IJsselbrug bij Spoolde kwam er pas in 1930. Daarvoor waren Zwollenaren aangewezen op het Katerveer. De komst van de verkeersbrug maakte reizen naar de andere kant van de IJssel veel gemakkelijker. De brug werd gebouwd met duizenden klinknagels. In de tentoonstelling zie je hoe die klinknagels vroeger met de hand werden aangebracht.
Een veel nieuwere verbinding is de Passerelle bij het station. Deze houten loopbrug verbindt de binnenstad met de Spoorzone, een gebied dat nog volop in ontwikkeling is. De Passerelle is niet alleen bedoeld om overheen te lopen. Het is ook een plek om te verblijven, elkaar te ontmoeten en uit te kijken over de stad.
Bruggen verbinden niet alleen plekken. Ze kunnen ook mensen bij elkaar brengen. In de tentoonstelling hoor je verhalen over buurten die veranderen, bewoners die zich organiseren en mensen die proberen om samen een nieuwe toekomst te bouwen.