Het vrijheidsverhaal van Wijbe

Het vrijheidsverhaal van Wijbe

E ta drecha su rasa – Hij verbetert zijn ras

De West-Indische Compagnie (WIC) verovert in 1637 fort Elmina (Ghana) op de Portugezen. Vanuit deze machtsbasis doet Nederland mee aan de georganiseerde slavenhandel. Curaçao, dat de WIC in 1634 had veroverd, wordt een belangrijk centrum van de slavenhandel in de Cariben. Eén op de acht tot slaaf gemaakten overleven de overtocht van West-Afrika naar de Cariben niet: ze bezwijken aan de erbarmelijke omstandigheden in het onderruim van het schip. De overlevenden werken zich op de plantages letterlijk dood. Ze hebben geen enkel bestaansrecht: ze worden gezien als vee en ook zo behandeld. Ook fungeren ze als ‘productiemachines’: tot slaaf gemaakten worden willekeurig bij elkaar gezet om zich te vermeerderen.

In 1965 word ik uitgezonden als Dominicaanse zendeling. De gevolgen van de slavernij – zoals armoede en uitbuiting – raken mij. Ik zie dat de Antilianen nog altijd met een minderwaardigheidscomplex worstelen. Het idee bestaat nog steeds dat de Nederlandse cultuur boven de Antilliaanse staat. Ook is er een bekend gezegde dat nog altijd gebruikt wordt als een getint persoon met een blanke trouwt: ‘e ta drecha su rasa’, ‘hij verbetert zijn ras’.

 

In 2002 wordt het slavernijmonument onthuld in Amsterdam. Dat de genodigden en vips vooraan staan en de Surinamers en Antillianen achteraan, vergeten we voor het gemak maar even… Toch staat dit beeld symbool voor vrijheid.

Ik houd in Zwolle nog altijd diensten in het Papiamento voor de meer dan 1400 Antillianen die in Zwolle wonen. Vrijheid kent veel verantwoordelijkheden. Voor mij betekent vrijheid erkend en herkend worden om jezelf te mogen zijn.

Maar kun je wel echt zijn wie je wilt zijn, als je wordt achtergesteld en met je verleden worstelt?

Wijbe Fransen [1938] heeft als zendeling gewerkt op de Antillen.

Dit verhaal is onderdeel van de expositie ‘Vrijheidsverhalen van Zwollenaren’.