Het vrijheidsverhaal van Trix

Het vrijheidsverhaal van Trix

Trix Strijker (61 jaar) | creativiteit bevrijdt haar, voor even | 2019

‘Elke keer dat ik weer moet vechten, voel ik me beklemd’

Kijk, dit is mijn schilderij. Het geeft mijn vrijheid weer én mijn beperkingen. Want ik heb beide.

Je ziet hier de lucht, het strand en de zee. Een halve cel, twee muren, een vloer, een getralied raampje, geen deur meer. Je kunt er zomaar in en uit, als je wilt. Je kunt zomaar het strand op lopen, de zee in duiken of even gaan zitten. Je kunt zelfs vliegen! De cel staat symbool voor mijn beperkingen. Uit een depressie, een stressstoornis en een persoonlijkheidsstoornis stap je niet zomaar. De lucht, de zee en het strand symboliseren rust, ruimte en vrijheid. De altijd aanwezige mogelijkheden, die ik niet altijd zo ervaar, maar er daarom nog wél zijn. Beide zijn en blijven aanwezig in mijn leven, dat heb ik inmiddels geaccepteerd.

Ik heb een beschadigende jeugd gehad en ben jarenlang gruwelijk gepest. Dat heeft me suïcidaal en depressief, angstig en onzeker, boos en opstandig gemaakt. Toch bezat ik altijd de kracht om te overleven en ontwikkelde ik mijn verbale en creatieve talenten. Diezelfde kracht was ook mijn kwetsbaarheid. Ze leidde en leidt ertoe dat ik overschat word, en overvraagd. En toch: door haar overleefde ik mijn jeugd, het gepest, de intimidaties, de jarenlange zoektocht naar goede hulp en de bureaucratie die ik daarbij ondervonden heb. Elke keer dat ik weer moet vechten, voel ik me beklemd. Als mijn hulp en ondersteuning dreigen weg te vallen of als depressie, stress en angst weer aanzwellen. Elke keer dat ik het gevecht heb gewonnen, ervaar ik de vermoeidheid van het geleverde gevecht. Daarna pas komen de rust en de vrijheid terug.

Die cel komt elk najaar dichtbij, dan heb ik meer last van mijn depressies en angsten. Als mensen op straat lachen en dollen, kan ik de stress van het buitengesloten zijn weer voelen. En als ik een nieuwe beschikking voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning moet aanvragen (ik noem het “het zorgrecht-examen”), schiet ik in de vechtmodus. Niettemin dwing ik mezelf om creatief te blijven, het contact met mensen te onderhouden en hulp te blijven aanvaarden. De lucht, de zee en het strand houd ik dichtbij me. In die ruimte, rust en vrijheid kan ik mijn goede dagen koesteren: vriendschappen, familiebanden, mijn grote liefde, mijn scheppingsdrang. Zij geven me de energie om mijn beperkingen onder ogen te zien en waar mogelijk te bevechten óf te aanvaarden.

 

Ik heb een beschadigende jeugd gehad en ben jarenlang gruwelijk gepest. Dat heeft me suïcidaal en depressief, angstig en onzeker, boos en opstandig gemaakt. Toch bezat ik altijd de kracht om te overleven

Ik heb inmiddels een goed leven. Beter dan het ooit geweest is. Voor wie nú gevangen zit in apathie, verwarring, verdriet, angst en woede: houd vol, want het kan goed komen! Zoek ondanks alles het goede, het mooie, het zachte. Het is er wél, je kunt het nu alleen wat moeilijker vinden. Zoek hulp en laat je helpen om jezelf te helpen. Schrijf met je hulpverlener een gebruiksaanwijzing van jezelf en probeer daarnaar te leven. Als je je eigen gebruiksaanwijzing kent, leer je te leven met jezelf, met of zonder beperkingen. Dat geeft ruimte en vrijheid!

Wat wil jij mensen meegeven die worstelen met moeilijkheden?

Dit verhaal is onderdeel van de expositie ‘Vrijheidsverhalen van Zwollenaren’.